Waarom wij het ree niet op de wildlijst willen

In de aanloop naar de behandeling van de Omgevingswet heeft de Jagersvereniging aangekondigd de wildlijst te willen uitbreiden met een zevental soorten, waaronder het ree. Hiermee zouden reeën vrij bejaagbaar worden tijdens het jachtseizoen. Om in te zien voor welk probleem dit een oplossing is en om tot een eigen standpunt te komen, heeft Vereniging Het Reewild verschillende malen contact gehad met de Jagersvereniging en intern overleg gevoerd. Hoewel wij in beginsel sympathiek staan tegenover het vereenvoudigen van de mogelijkheden om reeën te mogen beheren of bejagen, vinden we het voorstel onvoldoende onderbouwd om te kunnen steunen.

Voor onze gedachtebepaling was het belangrijk om te beoordelen wat een eventuele plaatsing op de wildlijst zal betekenen voor het ree. Het antwoord hierop is afhankelijk van de vraag hoe de plaatsing van het ree precies op de wildlijst komt. Bij het bejagen van het ree als hazen en konijnen kunnen zowel de populatie als de populatieopbouw onder druk komen te staan. Daar is Vereniging Het Reewild pertinent tegen.

De Jagersvereniging heeft aangegeven de problemen in de reeënpopulatie te willen voorkomen door planmatig beheer. Wat daaronder precies moet worden verstaan, heeft zij evenwel niet kunnen aangeven. Momenteel is Nederland gebonden aan de zogenaamde “Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming” uit 1970. Deze overeenkomst regelt dat “op nader aan te wijzen wildsoorten” de jacht slechts mag worden uitgeoefend volgens een afschotplan. De vraag is dan hoe een nieuw systeem beter is dan het huidige systeem.

Met onze adviseurs hebben wij verschillende opties bekeken hoe plaatsing op de wildlijst kan voorzien in ons streven naar duurzaam beheer. Plannen op het niveau van wildbeheereenheden (WBE’s) zullen leiden tot een versnipperd totaalbeleid en legt daar extra administratieve lasten neer. Het zal naar onze verwachting niet leiden tot een vereenvoudiging, zoals de Jagersvereniging stelt. Een plan op het niveau van faunabeheereenheden (FBE’s) daarentegen is wat er nu ook al is.

Plaatsing van het ree op de wildlijst leidt tot een aantal aandachtspunten. Zo stellen met name terreinbeherende organisaties (TBO’s) hun terreinen niet open voor jacht op of beheer van reeën. Nu zijn er terreinen waar het ree níet mag worden bejaagd, maar wél mag worden beheerd – én er zijn terreinen waar het ree evenmin mag worden beheerd. Dit wordt meestal bepaald door de lokale beheerder (“boswachter”). Deze onduidelijke situatie is hoe dan ook een blijvend probleem dat moet worden opgelost met de top van die organisaties.

Ook zijn er andere onbeantwoorde vragen. Welke instantie gaat de beheerplannen controleren en handhaven? Wat wordt er geregeld ten aanzien van de aansprakelijkheid van de jager bij verkeersongelukken, landbouwschade of uitbraak van ziektes? Wat kunnen de financiële consequenties zijn voor de jager (jachthouder) en zijn combinanten (jachtaktehouders)?

Vanwege de verwachte toenemende druk op de reeënpopulaties en de onduidelijkheden om duurzaam beheer te kunnen garanderen, acht Vereniging Het Reewild het daarom onverstandig om het ree op de wildlijst te plaatsen. Graag blijven we met de Jagersvereniging in gesprek om samen naar antwoorden te zoeken. 

René Leegte, voorzitter Vereniging Het Reewild

voorzitter@hetree.nl